zondag 7 maart 2010

Multipele Sclerose


Multipele sclerose is een vaak voorkomende aandoening van het centrale zenuwstelsel, waarbij er zich meerdere ('multipele') ontstekingshaarden vormen in de hersenen en het ruggemerg. Dit wordt gevolgd door een aantasting van de bekleding van de zenuwbanen, waardoor er uiteindelijk verharde plekken ('sclerose') ontstaan. Het gevolg is dat er zich meerdere uitvalsverschijnselen (zie verder) kunnen ontwikkelen.
Het verloop van de ziekte is verschillend van persoon tot persoon en - zeker in het begin - onvoorspelbaar. Alle symptomen kunnen, maar hoeven niet aanwezig te zijn om MS te hebben.

Voorkomen

Multipele Sclerose is de vaakst voorkomende aandoening van het centrale zenuwstelsel op jong volwassen leeftijd, althans in de noordelijke landen. Het komt bijv. veel meer voor in Scandinavië dan in Spanje. In België wordt het voorkomen geschat op 1 op 1000, wat maakt dat er ongeveer 10.000 bekende (en nog onbekende) patiënten zijn.
De eerste symptomen treden op rond de jongvolwassen leeftijd, dus tussen 20 en 40 jaar (gemiddeld 30). Een jongere leeftijd is mogelijk, maar jonger dan 10 is zeer zeldzaam. Boven de leeftijd van 50 jaar is eveneens uitzonderlijk. MS-patiënten hebben een bijna normale levensverwachting. Het klinische verloop kan echter individueel sterk wisselend zijn. Veel patiënten kunnen practisch normaal functioneren en hebben alleen in periodes wat hinder van enkele opstoten. Anderen komen echter in een rolstoel terecht. Multipele sclerose verloopt meestal opstootsgewijs, met pauzes van wisselende duur. De ergst evoluerende vorm is de zgn. 'progressieve vorm', zonder merkbare opstoten maar met een bijna continue evolutie (vaak bij oudere patiënten).

Oorzaken van Multipele Sclerose

De eigenlijke oorzaak van multipele sclerose is nog niet met zekerheid bekend. In het verleden dacht men dat het ging om een infectie door een virus op jonge leeftijd, later aan een auto-immuunziekte (het aanmaken van antistoffen die zich tegen het eigen lichaam keren, in dit geval tegen de bekledingsstof van de zenuwbanen, het 'myeline'). Thans opteert men voor een samenspel van beide factoren. Erfelijkheid zou hierbij een (geringe) invloed hebben.

Symptomen

•Het eerste symptoom is dikwijls een ontsteking van de oogzenuw ('neuritis optica' of 'retrobulbaire neuritis'). Er ontstaan gezichtsstoornissen, tot bijna-blindheid aan één oog. Soms kunnen beide ogen opeenvolgend worden aangetast. Bijna altijd herstelt het gezichtsvermogen zich spontaan (gedeeltelijk of volledig).
•Dubbelzien, wat wordt veroorzaakt door een ontstekingsletsel in de hersenstam.
•'Trigeminusneuralgie', of zenuwpijnen in het aangezicht. Kan ook een vroeg teken van MS zijn.
•Gevoelsstoornissen. Een verminderd gevoel in armen en benen (soms in het gelaat), tintelingen, gevoel van op watten te lopen, stoornissen in warmte- en koudegevoel, een gevoel alsof er een elektrische stroom door de rug naar de benen loopt wanneer men de nek voorwaarts buigt (Teken van L'Hermitte).
•Coördinatiestoornissen. Onhandigheid, naast een voorwerp pakken, geen controle over fijne bewegingen van handen en voeten.
•Evenwichtsstoornissen. Instabiliteit bij het gaan en staan, breedsporige gang ('dronkemansgang').
•Spraakstoornissen. Gekapte, gesaccadeerde spraak. (Dit en de twee vorige symptomen hebben te maken met de beschadiging van de zenuwbanen in en naar de kleine hersenen).
•Blaasstoornissen. Incontinentie, maar ook moeilijk of niet kunnen plassen. (Soms ook moeilijkheden met de stoelgang, door verstopping).
•Seksuele functiestoornissen. Erectie-en ejaculatiestoornissen bij de man en anorgasmie bij de vrouw.
•Abnormale vermoeidheid. Komt veel voor en is één van de meest onderschatte problemen bij deze aandoening. Wordt vaak door de omgeving niet begrepen.
•Verlammingen. Deze kunnen in het begin vooral de benen treffen, later soms ook de armen. Het gaat hier om zgn. 'hypertone' verlammingen, d.w.z. er treedt niet zozeer verslapping van de spieren op, maar een verstijving die steeds erger wordt. Patiënten kunnen in wisselende mate verlamd geraken. Ook nachtelijke schokken ('ruggenmergautomatisme') en krampen kunnen voorkomen. Uiteindelijk kan het lopen onmogelijk worden en is een rolstoel noodzakelijk.
•Psychische symptomen. Klassiek worden 'euforie' (een soort lege opgewektheid ondanks de ongemakken en de onzekerheid) en 'dysforie' (bedrukte stemming) beschreven. Vroeger dacht men dat MS geen gevolgen zou hebben op de intellectuele vermogens, maar recente onderzoeken spreken dit tegen.

Hoe wordt de diagnose van MS gesteld ?

In de eerste plaats luistert de neuroloog naar de klachten van de patiënt en doet hij een onderzoek naar klinische tekens. Dit kan een diagnose mogelijk of waarschijnlijk maken. Pas in tweede instantie volgen een aantal aanvullende onderzoeken, zoals:
•het zoeken van beschadigingen op hersenniveau, naast eventuele aantasting van het ruggenmerg
•het onderzoeken van het ruggenmergvocht (lumbaalpunctie), wat nog steeds de sleutel vormt tot een definitieve diagnose
•NMR of MRI-scan
•'evoked potentials'-onderzoek, waarbij men metingen doet naar de reaktie van de hersenen op uitgezonden prikkels.

Behandeling

•In het algemeen: vermoeidheid, stress, zonlicht en warmte vermijden.
•Vermoeidheid kan soms bestreden worden met het anti-parkinson middel Amantan.
•Spasticiteit kan worden behandeld met Lioresal, Sirdalud en/of Dantrium.
•Kinesitherapie in al zijn vormen, ADL-training voor de meer gehandicapte patiënten.
•De MS-opstoten worden behandeld met de ACTH-kuur ('Synacthen') of de Prednisone-kuur ('Medrol'). Bij hoge dosissen best een behandeling in het ziekenhuis, wegens de mogelijke nevenwerkingen.
•Sinds 1997 is er in ons land een preventieve behandeling met Interferon mogelijk, waardoor het aantal opstoten met gemiddeld 30% zou dalen. Er is terugbetaling voorzien voor deze dure medicatie, die echter aan strenge voorwaarden gebonden is: Betaferon, Rebif, Avonex.
•Copaxone of glatirameeracetaat is een alternatief (bij het niet verdragen van Interferon).

MS en zwangerschap

Zwangerschap blijkt niet tegen-aangewezen bij multipele sclerose. Het is immers niet bewezen dat het aantal opstoten zou toenemen tijdens de zwangerschap (volgens sommige studies zelfs het tegendeel). Wat betreft de periode na de zwangerschap beweren een aantal studies dat het aantal opstoten zou toenemen, terwijl andere onderzoeken dit weer ontkennen... De zwangerschap, bevalling en de verzorging van de baby kunnen wel een zwaardere opgave betekenen, omdat mensen met MS sneller vermoeid worden. Tijdens de eerste drie maanden na de bevalling is het dus aangeraden om veel te rusten en vermoeidheid zoveel mogelijk te vermijden. Borstvoeding is geen probleem. Er bestaat wel twijfel over de eventuele epidurale verdoving, omdat deze wel opstoten zou kunnen uitlokken.

Vrouwen met multipele sclerose kunnen dus percect zwanger worden, zonder gevaar voor henzelf of hun kind.

Toch nog vragen? Raadpleeg je huisarts !

woensdag 24 februari 2010

Migraine


Migraine is een plots optredende hoofdpijn, uitgaande van de bloedvaten van het hoofd (de hersenen kunnen hier al dan niet bij betrokken zijn). Deze bloedvaten verkrampen (vaatspastische of 'witte' fase), om daarna uit te zetten (vasodilatatie of 'rode' fase). Deze twee fasen vertalen zich meestal in een respectievelijk 'stekende' en 'kloppende' hoofdpijn. De fasen kunnen ook alleenstaand voorkomen.

Er bestaan verschillende soorten migraine, zoals hieronder beschreven.

Soorten migraine

1. Gewone migraine. Deze is halfzijdig, stekend en/of kloppend, en gaat dikwijls gepaard met concentratieverlies en misselijkheid of braken. Er zijn geen andere neurologische verschijnselen.

2. Klassieke migraine (of 'migraine accompagnée'). Deze migraine gaat samen of wordt voorafgegaan door 'haardverschijnselen': duizeligheid, dubbelzien, verlamd gevoel in één gelaats- en/of lichaamshelft, halfzijdige uitval van een gezichtsveld, wazig zicht of het zien van schitteringen. Deze symptomen worden al dan niet gevolgd door zware hoofdpijn. Je kan dus migraine krijgen zonder hoofdpijn! Men noemt dit 'migraine accompagnée sans migraine'of met een meer recente benaming 'migraine met aura'.

3. Syndroom van Horton. Specifieke vorm van migraine, meestal bij mannen voorkomend. Zie het Horton-syndroom

Oorzaken en uitlokkende factoren

•Erfelijkheid (hoewel niet altijd). Vaak ziet men dat één van de ouders ook een vorm van migraine heeft.
•Hormonale factoren. Voor en tijdens de menstruatie treden bij migraine-gevoelige vrouwen vaak, soms maandelijks terugkerende migraine-episodes op. Bij zwangerschap verdwijnt de migraine meestal, door stijging van de hormonenspiegel. Ook het al dan niet gebruiken van de contraceptieve pil of een behandeling met vrouwelijke hormonen heeft een invloed.
•Voedingsfactoren.

Bekende uitlokkers van migraine zijn:

- Tyramine-bevattende producten: chocolade, rode wijn, kaas (vooral 'blauwe' kaas)
- Vet voedsel: mayonaise, fritten, soms zelfs volle melk
- Citrusvruchten: sinaasappelen, citroenen
- Sommige groenten: tomaten, spinazie
- Sterke kruiden
- Caffeïne-houdende producten: koffie, thee, cola. Kleine hoeveelheden kunnen migraine echter voorkomen.

•Levenswijze. Het overslaan van maaltijden kan aanleiding vormen tot migraine. Evenals té lang slapen.
•Stress en spanningen. Vooral het niet uiten van problemen waar men mee zit of opkropt, kan migraine onderhouden.
•Klimaatsomstandigheden. Zowel hitte, als koude.

Wat te doen bij een migraine-aanval?

•Vermijd licht, scherpe geuren en lawaai. Zoek een donkere en rustige kamer op.
•Koude, natte compressen (eventueel met ijsblokjes) op het voorhoofd en de slapen leggen.
•Drinken van koude, zwarte koffie.
•Gebruik zo snel mogelijk een anti-migraine middel (en een anti-braakmiddel indien nodig). Een zetpil werkt sneller dan een tablet, en is beter als men moet braken.

Medicatie bij migraine

•Gewone pijnstillers zoals aspirine, Perdolan en Dafalgan, helpen vaak niet.
•Ontstekingswerende en ant-reumatische middelen zoals Indocid (suppo's), Feldene, Brufen, Tilcotil, Brexine en Mobic helpen soms in de acute fase.
•Vaak is het nodig afgeleide producten van moederkoren te gebruiken: Cafergot suppo's, Migril, Deseril of Dihydergot inspuitingen. Di-ergo spray is een snel werkende neus-spray (hierbij moet men wel oppassen voor verslaving én voor gevaarlijke bijwerkingen).
•Een meer recente behandeling van de acute fase is mogelijk met Imitrex, onder de vorm van tabletten of onderhuidse inspuiting (door de patiënt zelf). Goedkeuring en terugbetaling van deze dure producten is echter door het ziekenfonds aan stricte regels gebonden. Andere middelen die tijdens de acute fase kunnen helpen zijn: Zomig, Almogran, Relert en Maxalt.
•Preventieve behandeling. Produkten zoals Sandomigran en Nocertone (beiden kunnen gewichtstoename veroorzaken), Sibelium al of niet in combinatie met Inderal, of Inderal alleen. Anti-epileptica zoals Depakine en Topamax kunnen preventief zeer effectief zijn tegen migraine.

Horton syndroom


Het Horton-syndroom of 'cluster-headache' is een zeer ernstige hoofdpijn, waarvan de de verschijnselen op zich ook bij andere hoofdpijnen voorkomen, maar zich hier in een typische combinatie voordoen. Het gaat om een hevige, halfzijdige en kortdurende hoofdpijn rond één oogkas. Deze hoofdpijn kent een 'clustergewijze' verloop, d.w.z. gedurende een periode van meerdere dagen of weken aan één stuk door (minstens éénmaal per dag), met daarnaast langere aanvalsvrije periodes.

Het syndroom komt bij 0,1% van de bevolking voor, waarvan bijna 90% mannen. De beginleeftijd is gemiddeld 30 jaar.

Symptomen

1. Zeer hevige tot onuitstaanbare hoofdpijnaanvallen, meestal een kwartier tot een halfuur durend (soms langer), 'stekend' of 'kloppend' of 'borend' van aard. Het onuitstaanbare karakter van de aanvallen kan resulteren in gevoelens van wanhoop en zelfmoordgedachten.

2. 'Clustergewijze' verloop(zie boven).

3. De aanvallen treden zeer vaak 's nachts op.

4. Gelokaliseerd rond of achter één oog, meestal aan dezelfde kant, soms ook wisselend van kant, maar bijna nooit aan twee zijden.

5. Het aangetaste oog is rood, de huid en soms de bloedvaten opgespannen of gezwollen. Aan de aangetaste zijde tranenvloed, neusloop en lichtschuwheid. Soms een nauwere pupil. Zweten en roodheid aan de aangetaste gelaatshelft.

6. Braken komt eerder zelden voor (i.t.t. gewone migraine).

7. Gewone pijnstillers, hoe krachtig ook, helpen meestal niet.

Oorzaken en bevorderende factoren

Het mechanisme waardoor Horton ontstaat is niet met zekerheid bekend, maar bevindt zich binnen de hersenen of in de bloedvaten en zenuwen. Waarschijnlijk gaat het echter over een samenspel van beide. Bepaalde chemische stoffen in het lichaam, zoals histamine en het hormoon melatonine, spelen zeker een rol. Stress is zeker een bevorderende factor. Het syndroom wordt vaak beschreven bij zeer carrière-gerichte mannen, hoewel dit niet altijd het geval is. Tijdens de 'Horton-periode' kunnen alcohol en bepaalde vaatverwijderende geneesmiddelen een aanval uitlokken.

Behandeling

1) In de acute fase (Horton-aanval)

•Het inademen van zuurstof, tot 9 liter per minuut
•Dihydergot-inspuitingen en Di-ergo neusspray
•Imitrex, dat door de patiënt zelf, op het ogenblik van de aanval, onderhuids kan worden ingespoten door middel van een injectiepistooltje. Deze medicatie bestaat ook onder de vorm van zetpillen, tabletten en neusspray (soms echter minder effectief). Daarnaast kunnen we ook nog Zomig Instant Maxalt Lyo smeltabletten en Relert, Almogran en Naramig vermelden.
Bovenstaande medicatie kan zeer effectief zijn, maar is ook zeer duur. Enkel de inspuitbare vorm van Imitrex wordt onder bepaalde voorwaarden terugbetaald.

2) Preventieve behandeling tijdens een 'cluster'

•Deseril: beperkt tot maximaal enkele weken, wegens het gevaar van fibrose (bindweefselwoekering) in de nierstreek.
•Dihydergot: inspuitingen gedurende enkele dagen na elkaar
•Prednisone
•Lithium (Maniprex)
•Peri-arteriële infiltraties met Marcaïne rond de kleine slagadertjes van het voorhoofd (of ter hoogte van het achterhoofd).
•Sinds enige tijd wordt Verapamil (Isoptine) als product van eerste keuze aanbevolen bij de preventie van Horton.

•Opmerking: Sandomigran en Nocertone zijn bij Horton meestal van weinig nut

Wat is flauwvallen?


Flauwvallen, in medische termen een 'syncope', ontstaat door een plotse bloeddrukval. Hierdoor bereikt het bloed - volgens de wetten van de zwaartekracht - niet langer het hoogste gedeelte van het lichaam, dus de hersenen. Dit resulteert in het verlies van bewustzijn en flauwvallen.

Oorzaken

Op de eerste plaats speelt erfelijkheid een rol. Meestal is het zo dat ouders of andere familieleden ook wel eens last hadden van dit fenomeen. Leeftijd speelt een rol, omdat het in eerste instantie voorkomt bij kinderen en jonge mensen. Het neemt steeds af, of verdwijnt volledig, wanneer men ouder wordt. Emotionele toestanden die als overweldigend ervaren worden, kunnen een flauwte veroorzaken. Bijv. schokkende ervaringen, het ruiken van de geur bij het betreden van een ziekenhuis, hevige pijn, enz...Soms komt het ook wel eens voor wanneer iemand langdurig in een bepaalde gedwongen houding moet rechtstaan. Bijv. soldaten op wacht, of vroeger bij de kleermaker, in de school of in de kerk,...

Bevorderende factoren

•Aanleg
•Gebrek aan slaap en rust
•Stress
•Gebrekkige fysieke conditie
•Te weinig zoutgebruik
•Slechte luchtcirculatie, zuurstofgebrek en drukte
•Overslaan van het ontbijt, waardoor een relatief bloedsuikertekort ontstaat
•Alcoholgebruik de avond tevoren, waardoor een relatief zouttekort ontstaat wegens meer zoutverlies dan zoutinname
•Overdreven gebruik van sommige producten, zoals koffie, cola, nicotine en stimulerende middelen

Symptomen

•Een onbehaaglijk gevoel of misselijkheid
•Zwart of schemerig worden voor de ogen
•Zweten en bleekheid
•Bewusteloos vallen, meestal kortdurend (soms maar een tiental seconden)
•In het begin van de bewustzijnsdaling kunnen er enkele schokken optreden in de ledematen
•Men voelt zich 'zo slap als een vod'


Hoe flauwvallen voorkomen?

Wanneer men gevoelig is voor flauwvallen kan men op volgende zaken letten:

•Voldoende slaap en rust
•Zorgen voor een goede fysieke conditie via sportbeoefening
•Stress vermijden of verminderen
•Zoutarm diëet vermijden, dus best in de loop van de voormiddag een zoutsupplement nemen (bijv. onder de vorm van een krachtige bouillon)
•Vermijden van caffeïne-rijke dranken (koffie, thee, cola), nicotine en alcohol
•Eventueel medicatie nemen, zoals Effortil
•Bij frequent flauwvallen kan men best een geneesheer raadplegen voor een cardiologisch-, neurologisch- of bloedonderzoek.

Concrete maatregelen bij een flauwte-gevoel:

•Probeer kalm te blijven en zoek afleiding
•Tracht te gaan zitten
•Zoek een meer zuurstofrijke omgeving op
•Indien het bovenstaande niet helpt:
- benen kruisen en buikpers toepassen, dit verhoogt de bloeddruk een beetje
- zet uw voet op een trapje of neem een hurkhouding aan, omdat dit eveneens de bloeddruk wat laat stijgen

Hoe als buitenstaander handelen

De persoon in elk geval laten platliggen, met het hoofd zo laag mogelijk en de benen omhoog. Of de persoon in een zuurstofrijkere omgeving brengen, bijv. naar buiten. In ieder geval de persoon niets laten drinken, zolang deze niet volledig bij bewustzijn is (gevaar voor verslikken).

Verschil met andere bewustzijnsdalingen

Epilepsie: Bij een 'grote aanval' valt de persoon meestal zonder voortekenen, wordt blauw in plaats van wit en wordt stijf met daarna langdurige spierschokken in plaats van slap zoals bij een flauwte. Schuim op de mond, of tongbeet komen niet voor bij flauwvallen. Een Grand Mal-aanval duurt doorgaans ook veel langer.
Bij een 'absence' of 'afwezigheid' komt de persoon meestal niet ten val. Hij blijft kortdurend staren zonder aanspreekbaar te zijn.

Shock: Hier heeft men te maken met een disproportie tussen bloedvolume en circulatie-inhoud, bijv. ten gevolge van zwaar bloedverlies.

Suikertekort: Bij een suikerzieke brengt suikertekort op voorhand een agitatie teweeg en treedt de bewustzijnsdaling ook meer geleidelijk op (en duurt ook langer). Bij twijfel belt u best onmiddellijk een ambulance.

woensdag 13 januari 2010

Polyneuropathie


Polyneuropathie is een zogenaamde 'zenuwontsteking', een verzamelnaam voor verschillende vormen van zenuwontstekingen van diverse oorsprong. Meestal begint een polyneuropathie aan de benen, zeldzaam ook aan de armen. Deze zenuwontsteking kan symmetrisch verlopen, maar soms ook asymmetrisch. Men maakt onderscheid tussen motorische en sensiebele poyneuropathieën. Bij een motorische polyneuropathie worden vooral de motorische zenuwen, die instaan voor de spierkracht, aangetast. Bij de sensiebele polyneuropathie worden vooral de gevoelszenuwen aangetast. Er bestaan ook mengvormen. De neuroloog maakt ook onderscheid tussen 'axonale- polyneuropathie' (met vooral aantasting van de zenuwvezels zelf), en 'demyelinisatie-polyneuropathie' (waarbij vooral het omhulsel van de zenuwen wordt aangetast). Ook hier bestaan weer mengvormen van.

Oorzaken

Polyneuropathie of zenuwontsteking kan zeer diverse oorzaken hebben.

De belangrijkste zijn:

•Alcoholmisbruik.
•Ondervoeding, waarbij een tekort ontstaat van eiwitten en vitamine B1 of B12 (aanleiding is soms een vermageringskuur of verwaarlozing van de voeding wegens alcoholverslaving).
•Diabetes Mellitus.
•Bepaalde darminfecties.
•Kwaadaardige aandoening of kanker. Polyneuropathie is dan soms het eerste teken hiervan (dikwijls gaat het om bepaalde buikkankers).
•Auto-immuniteit (antistoffen die zich tegen het eigen lichaam keren), waardoor chronische ontstekingen kunnen ontstaan van wortels en zenuwen.
•Ziekte van Guillain-Barré, een meer acute ontstekingsvorm van polyneuropathie waardoor verlammingen en zelfs ademhalingsverlamming kunnen ontstaan. Dit geneest echter meestal spontaan met de nodige medische en verpleegkundige zorgen.
•Vergiftiging met zware metalen. Zoals: lood, thallium (rattenvergif), arsenicum (sluipgif), cadmium (dikwijls in Noord-Limburg) en kwik.
•Vergiftiging of toxisch effect van medicamenten (sulfamiden, bepaalde middelen tegen tuberculose).
•Vergiftiging door bepaalde insecticiden.
•Chemotherapie (bij kankerpatiënten).
•Langdurige behandeling met een kunstnier.
•Sommige systeemziekten, bijv. amyloïdose (eerder zeldzaam)
•Sommige polyneuropathieën zijn erfelijk, zoals de ziekte van Charcot-Marie-Tooth.
•Lepra (melaatsheid) is eigenlijk ook een vorm van polyneuropathie.

Symptomen van polyneuropathie

•Gevoelsstoornissen: 'doof' gevoel, slapend gevoel, tintelingen, prikkelingen, 'alsof er mieren doorgaan', brandend gevoel.
•Motorische stoornissen: krachtverlies in armen en benen, krampen. Typisch is de 'drop-voet', waarbij de patiënt zijn voet en tenen niet meer omhoog krijgt.
•Autonome stoornissen: huidverkleuringen, gemakkelijk kloven krijgen, gladde of glimmende of dunne huid, snel zweten, koude gevoel (subjectief en objectief).
•Pijn.
•Klachten bij polyneuropathie nemen toe bij koud en vochtig weer, en worden verlicht door warmte.

Verschijnselen

branderige pijn; vooral bij aanraking
tintelingen
gevoelloosheid voor pijn
open huidzweren
'kussentjesgevoel' onder de voeten
verminderd gevoel in handen of voeten
spierzwakte (myasthenie)
spierverdunning (spieratrofie)
overbelasting van gewrichten.

Diagnose van polyneuropathie

•Door een grondige neurologische ondervraging naar klachten en mogelijke oorzaken.
•Door een grondig neurologisch onderzoek.
•De diagnose kan bevestigd worden door een electromyografie en eventueel door een ruggenmergvochtonderzoek.
•Een grondig observatie is noodzakelijk bij ernstige vormen van polyneuropathie, onder meer om kanker uit te sluiten.

Behandeling•Eerst (indien mogelijk) wegname van de oorzaak:

- tumorwegname
- op punt stellen van diabetes behandeling
- voldoende voeding
- vitaminetekort (B1 of B12) opheffen
- behandeling van een systeemziekte

•De behandeling met vitamine B dient bij voorkeur intramusculair te gebeuren, omdat de maag dit vitamine niet altijd opneemt.
•De pijn bij polyneuropathie kan verholpen worden door toepassen van locale warmte, en eventueel met medicatie tegen zenuwpijn zoals: Tegretol, Diphantoine, Neurontin, Lyrica. Ook inspuitingen van een hoge dosis vitame B kan pijnstillend werken. Dit geldt tevens voor Redomex (amitryptiline) dat de pijndrempel verhoogt.

zaterdag 12 december 2009

Epilepsie, het zal je maar overkomen !


Epilepsie is een plotse verandering in de werking van de hersenen, waarbij groepen hersencellen een verhoogde activiteit gaan vertonen. Er ontstaat een toestand van overprikkeling van de hersenschors die plotse lichaamsgewaarwordingen tot gevolg hebben, zoals schokken, onwillekeurige bewegingen en zogenaamde 'autonome' verschijnselen. Deze verschijnselen gaan al dan niet gepaard met bewustzijnsdaling. Dikwijls ervaart men eerst een prikkelingsverschijnsel, gevolgd door een uitval. Het dient beklemtoond te worden dat er meerdere vormen van epilepsie bestaan, zodat men eigenlijk beter zou kunnen spreken van 'epilepsieën'.

Oorzaken

In de meeste gevallen vindt men geen aanwijsbare oorzaak voor het dysfunctioneren van de hersenen. In dit geval spreekt men van 'genuine epilepsie'. In 5% van de gevallen (en niet meer!) is epilepsie erfelijk bepaald. Verdere oorzaken zijn:

•geboortetraumas: moeilijke geboorte, geboorteverlamming, zuurstoftekort,...
•bloedvaatstoornissen in de hersenen (bloeding, trombose)
•aangeboren vaatafwijkingen in de hersenen
•schedeltrauma met hersenschudding, hersenkwetsing, bloeding op of onder het hersenvlies
•hersenvliesontsteking ('meningitis')
•hersenontsteking ('encephalitis')
•hersentumor, goed- of kwaadaardig
•alcoholmisbruik
•cysten van bepaalde wormen (vooral in de derde wereld)
•AIDS
*Plots afbouwen medicatie

Een alleenstaande epilepsie-aanval kan ook uitgelokt worden door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (anti-depressiva, theophylline, amphetamines,...), of door het plots stoppen met veelvuldig gebruik van alcohol of kalmeermiddelen.

Soorten

Men maakt onderscheid tussen twee groepen van epileptische aanvallen, met daarnaast nog enkele bijzondere vormen.

1. Veralgemeende epileptische aanvallen


Bij deze aanvallen is een plotse bewustzijnsdaling de regel.

A. De 'Grand Mal'-aanval (of tonisch-clonische aanval)

De aanval begint met een plotse bewustzijnsdaling en verkramping van het hele lichaam. Dikwijls komt de patiënt hierbij ten val (vandaar 'vallende ziekte'). Soms komt er schuim op de mond. Dan volgt een fase waarbij de aanhoudende spierverkramping ritmisch onderbroken wordt, waardoor de patiënt schokken vertoont. Nadien komt de patiënt geleidelijk terug bij bewustzijn. Lees meer...

B. De 'Petit Mal'-aanval (of 'absence')

Dit zijn meestal weinig opvallende, maar dikwijls talrijke, bewustzijnsdalingen, waarbij de patiënt voor zich uit staart zonder dat er verder iets gebeurt. Een aanval duurt gewoonlijk tussen de 10 en 30 seconden. Lees meer...

2. Gedeeltelijke epileptische aanvallen


A. Eenvoudige partiële aanvallen

Bij een 'motorische Jackson-aanval' vertoont de patiënt plotse spiersamentrekkingen in arm, been of gezicht, zonder dat het bewustzijn verloren wordt. Dit kan duren van enkele seconden tot enkele uren.

De 'sensiebele Jackson-aanval' kent een gelijkaardig verloop, maar veroorzaakt enkel gevoelssensaties in het getroffen lichaamsdeel.
Andere vormen van eenvoudige partiële aanvallen veroorzaken visuele, auditieve, reuk- of smaakaanvallen, of andere gewaarwordingen naargelang de plaats van de epilepsie-haard in de hersenen.

B. Complexe partiële aanvallen

Hieronder verstaan we de psychomotorische (of temporale) epilepsie, de epileptische vlucht (of 'fugue') en de opdrang van complexe bewustzijnsinhouden. Lees meer...

3. Bijzondere epilepsie-vormen

Dit zijn de 'status epilepticus' (opeenvolgende aanvallen die levensbedreigend kunnen zijn) en de 'epileptische schemer- toestand'.

4. Bijzondere vormen van kinder-epilepsie


Hierbij denken we aan koortsstuipen (bij leeftijden tot 3 jaar), salaamkrampen, syndroom van Lennox-Gastaut, goedaardige 'midtemporale' kinderepilepsie en het HHE-syndroom.

De diagnose van epilepsie

Om een goede diagnose te kunnen stellen is het belangrijk een zicht te hebben op de preciese symptomen die zich hebben voorgedaan, zoals: duur van de aanval, al of niet convulsies, kleur van het aangezicht, plaats waar de trekkingen beginnen, enz. Omdat de patiënt zelf soms weinig gegevens kan verstrekken (wegens bewusteloosheid), is informatie van getuigen uit de omgeving zeer belangrijk. Daarna volgt een grondig onderzoek door de neuroloog. In 90% van de gevallen kan een EEG uitsluitsel geven en zelfs informatie opleveren over de aard van de epilepsie. Soms is echter een slaap-deprivatie-EEG of 24 uurs-registratie noodzakelijk om tot een diagnose te komen. Via bloedonderzoek, CT-scan of NMR-scan van de hersenen kan men eventuele oorzaken van de epilepsie opsporen.

Behandeling

Volledig genezende medicatie bestaat nog steeds niet. De behandeling met medicatie is er dus essentiëel op gericht de aanvallen zoveel mogelijk te onderdrukken, waarbij men streeft naar een zo laag mogelijke dosering. Bij voorkeur wordt slechts één vorm van medicatie gegeven, maar soms is een combinatie noodzakelijk. De keuze van het middel hangt in grote mate af van het soort epilepsie. De medicatie dient wel zeer stipt ingenomen te worden. Ook als men bijv. om medische redenen niets via de mond mag innemen, dient er vervangmedicatie te worden voorzien (vraag raad aan uw neuroloog wanneer u bijv. een narcose moet ondergaan).

Er bestaan verschillende vormen van medicatie, die niet altijd onderling combineerbaar zijn en soms bijwerkingen hebben. Een ingreep via neurochirurgie heeft enkel zin wanneer men zeer nauwkeurig de haard van epilepsie in de hersenen kan localiseren. En dan nog enkel in die gevallen waarbij medicatie geen of onvoldoende effect heeft.

Epilepsie en levenswijze

1. Regelmatige medicatie-inname, zoals voorgeschreven door de neuroloog!

2. Regelmatige medische controles bij de neuroloog of huisarts.

3. Voorzichtigheid bij alcoholgebruik. Vroeger werd alcohol volledig verboden. Tegenwoordig weet men dat matig alcoholgebruik geen risico's inhoudt, tenzij in uitzonderlijke gevallen. Grote hoeveelheden alcohol zijn echter steeds uit den boze.

4. Voorzichtigheid bij sportbeoefening. De regel is om zolang de epilepsie niet goed onder controle is, geen 'gevaarlijke' sporten te beoefenen (zoals bijv. turnen aan een klimrek en race-fietsen).

5. Voorzichtigheid bij het werk

Bepaalde beroepen, zoals sommige werkzaamheden in de bouwsector, zijn eerder af te raden. Anderzijds nemen sommige werkgevers te gemakkelijk een discriminerende houding aan bij aanwerving van personen met epilepsie.

6. Voorzichtigheid bij zwangerschap

In de meeste gevallen lopen jonge vrouwen met epilepsie geen risico. Raadpleeg echter steeds uw neuroloog op voorhand!

7. Voorzichtigheid bij het autorijden

Hoe reageren op een aanval?

Geen paniek! Bij een Grand Mal-aanval de patiënt rustig in zijligging leggen en wachten tot de aanval overgaat. Enkel bij opeenvolgende aanvallen ('status') is er gevaar, en dient een ambulance gebeld te worden.

Steek in ieder geval niets tussen de tanden: Geen lepel en zeker niet de eigen vingers. Onthoud: een stukgebeten tong geneest heel snel, maar stukgebeten tanden (bijv. op een lepel) kosten heel wat meer moeite en geld om te herstellen.

Anti-epileptica

1.De bekendste middelen tegen epilepsie zijn:

◦Depakine (of Convulex)
◦Diphantoine
◦Tegretol / Trileptal
◦Luminal
◦Rivotril
◦Frisium
◦Mysoline
◦Zarontin
◦Lamictal
◦Topamax
◦Gabitril
◦Sabril wordt niet meer voorgeschreven, wegens gezichtsveldstoornissen

Medicatie kan bijwerkingen hebben, zoals:

◦Depakine: slaperigheid (vooral bij kinderen), lichte leverstoornissen en bij overdosering: beven en haaruitval
◦Diphantoine: duizeligheid tot felle draaiduizeligheid bij overdosering. Bij langdurig gebruik: verdikt tandvlees (regelmatig tandarts raadplegen!)en begroeiing bovenlip.
◦Tegretol: slaperigheid en duizeligheid, vooral bij overdosering
◦Luminal, Rivotril, Mysoline en Frisium: slaperigheid

Sommige types van medicatie kunnen elkaars werking verhinderen.

Zo is bijv. de combinatie van Luminal en Diphantoine af te raden.

Bloedspiegelbepaling van anti-epileptica is alleen nuttig of noodzakelijk bij:

Zwangerschap, vermoeden van overdosering of vermoeden van onderdosering (wanneer er toch nog aanvallen optreden bij een normale medicatie-inname).

maandag 30 november 2009

HYPERVENTILATIE


Hoe ontstaat hyperventilatie?

Hyperventilatie ontstaat meestal in een situatie van zuurstofgebrek en/of drukte, bij een persoon die vermoeid, geëmotioneerd of angstig is. Men krijgt een gevoel van ademnood, drukgevoel op de borst en zuurstoftekort (reëel of subjectief). Typisch treedt dit fenomeen op bij lang wachten in een drukke en beklemmende omgeving (bijv. winkel of warenhuis), of bij meer beangstigende situaties (bijv. begrafenis of een bezoek aan het ziekenhuis). Als reactie op dit relatieve gevoel van ademnood gaat men (bewust of onbewust) sneller en dieper ademen... waardoor het beklemmingsgevoel nog toeneemt. Dit laatste omdat men in verhouding meer inademt dan uitademt, waardoor er teveel zuurstof en te weinig koolzuurgas in het lichaam komt. De angst om dit fenomeen in de toekomst terug te ervaren kan een vicieuse cirkel op gang brengen, waarbij men bepaalde situaties wil proberen te vermijden. In het algemeen komt hyperventilatie meer voor op jongere leeftijd, en meer bij vrouwen dan bij mannen.

Symptomen

1. Sneller en dieper ademen.

2. Stilaan kan men tintelingen of gevoelloosheid krijgen rond de mond en in de handen. Een zeldzame keer ook in de voeten.

3. Tenslotte kan men totaal verkrampt geraken, vooral in de handen, waardoor deze in een soort dwangstand komen te staan ('main d'accoucheur').

4. Het bewustzijn kan iets vernauwd zijn, maar de persoon blijft aanspreekbaar. Het gevoel van angst overweegt omdat men zich onmachtig voelt t.o.v. de situatie.

Hoewel hyperventilatie zeer angstwekkend kan zijn is het NIET gevaarlijk en wijst het niet op een lichamelijke ziekte.

Wat te doen bij hyperventilatie?

1) Algemeen

•Voldoende slaap en rust.
•Op een gezonde wijze met stress omgaan via sportbeoefening in open lucht. Te inspannende sporten en competitiesport beter tijdelijk vermijden. Zwemmen kan ook relaxerend zijn.
•Beklemmende situaties (zoals drukke recepties, aanschuiven aan de kassa, begrafenissen, enz...) NIET vermijden, omdat dit de vicieuse cirkel alleen maar kan versterken.
•Gebruik van alcohol, cola, koffie en nicotine beperken, of vermijden.

2) Specifiek

Op het ogenblik van de hyperventilatie-aanval zelf:


•Paniek trachten te vermijden én de ademhaling onder controle leren houden. Dit laatste bijv. via 'persed lip breathing': met geperste lippen traag in- en uitademen.
•Bij een zware aanval ademen in een plastic zak die neus en mond bedekt. Op deze wijze wordt het evenwicht tussen zuurstof en koolzuurgas in het bloed hersteld. Uiteraard is dit slechts een noodoplossing in een cisissituatie. Fundamenteel lost het niets op.
•Relaxatie-oefeningen aanleren, zoals autogene training, yoga-oefeningen en de methode van Jacobsen. Dit helpt om te leren ontspannen en deze methodes ook toe te passen wanneer men begint te hyperventileren.
•Eventueel relaxatie- en ademhalingsoefeningen volgen bij een bevoegd kinesist (met een zgn. sofrologische opleiding).
•Bij ernstige angstklachten en een uitgesproken vermijdingsgedrag voor 'moeilijke' situaties, kan men best begeleiding zoeken bij een bevoegd psychiater of psycholoog.

Relaxatie-oefeningen

Doe driemaal per dag de volgende oefening: Ga in een ontspannen houding op de rug liggen. Eventueel met een opgerolde handdoek in de nek en een kussen onder de knieën. De bedoeling van de oefening is zich te ontspannen, alles te laten komen wat komt, en gedachten (proberen) los te laten...

De eerste week

Het ontwikkelen van een zwaartegevoel in het lichaam.

Concentreer u achtereenvolgens op de rechterarm, linkerarm, linker been, rechterbeen, met de suggestie "mijn rechterarm wordt zwaar; enz.". Laat uiteindelijk het ganse lichaam 'zwaar' worden. Deze oefening een paar maal herhalen en daarna rusten.

De tweede week.

Het ontwikkelen van een warmtegevoel in het lichaam. Concentreer u opnieuw op de verschillende lichaamsdelen en geef uzelf de suggestie 'mijn rechterarm wordt warm; enz.'. Laat uiteindelijk het ganse lichaam 'warm' worden. Wanneer men een intens warmtegevoel begint te ervaren, wijst dit op uitzetting van de bloedvaten en algemene relaxatie.

In de handel kan men ook geluidsbandjes of CD's vinden waar de instructies voorgezegd worden. Indien het echter totaal niet lukt om deze oefeningen uit te voeren, raadpleeg dan bijv. een kinesist.